Alhier vangen met omstreeL's 1525
de opgaven van de geregeld afstamming, voor zoover tot dusver bekend, aan.
Eigenhandige familieaanteekeningen zijn sedert aanwezig en worden bij
verwijzing daarnaar door H. S. (handschrift) aangeduid.
Deze aanteekeningen, die sedert
1629 doorhet opvolgend geslacht geregeld zijn bijgehouden, bevatten tal van
bijzonderheden, die alhier niet zijn opgenomen. Het bestaan van familierelatien
tusschen de hierna volgende personen en die in de Inleiding besproken, te
Keulen sedert 1200 (waar tevens de. oorsprong van den familienaam blijkt), te
Zwolle sedert 121.53 en te Oldenzaal sedert 1514 wonende, kan, op de
aangevoerde gronden worden aangenomen, al is de aansluiting tot heden niet tot
klaarheid gebracht.
De geslachtsnaam komt in
Handschrift als ook in de verschillende stedelijke en provinciale archieven van
Overijssel en Gelderland voor, als: Ketwijck en Van Ketwijck, Ketwijch en Van
Ketwijch, Kettwich, Van Ketwick, Van Ketwich, Ketwigh, Ketwich, Van Ketwig,
enz. Ook in de prolegomena is zij overgenomen zooals ze voorkomt in de
betrekkelijke archiefstukken.
I. Berent van Ketwich (a),
geboren omstreeks 1525, overleden te Zwolle voor 20 Maart 1579, huwt te Zwolle
omstreeks 1550 met Barbara then Water (b), dochter van Johan then Water en
Barbara Blauw.
Uit dit huwelijk: Johan (Hans)
geboren te Zwolle, omstreeks 1565 . (Volgt II.)
(a) De geregelde afstamming, voor
zooverre tot dusver bekend, vangt met hem aan. In 1556 is hij . lid van de
gezworene gemeente te Zwolle. (Lijst in bruin lederen band, aanwezig in 't
gemeente-archief te Zwolle.) Hij doet aangifte betrekkelijk de nalatenschap van
de vrouw van Herman Holterman "up dach Margareta Virginis (20 Juli) 1550",
waarbij hij Berndt Ketwick tevens optreedt als momber van zijn huisvrouw.
(Testamenten en Schenkingen in het gemeente-archief te Zwolle.) Zij verkoopen
op ll December 1562 een huis en were in de Waterstraat, (thans genaamd "de
Melkmarkt") en koopen een huis in de Waterstraat op 4 September 1569.
(Transporten in gemeld archief.)
"Opten 11en Decembris Anno etc.
62 bekanden Berent Ketwich ende Barbara sin huiszfrouwe voer hem ende oeren
erffg. verkofft te hebben Marten van Heiden Joeffer Aliet sine huiszfrouwe ende
oeren erffg. een huisz ende were gelegen in Waeterstraete alrenaest Joeffer van
Rheede ther eenre ende Laurens Schuitemaecker ther andere side, streckende voer
van der straeten achter an die Voerstraete, wesende kummervrij van allen
thinsen ende rechten naest thin golden gulden sunder argelist. Burgr Johan
Loese."
"Upten vierden Septembris anno
etc. 69 bekanden Boldewijn Swijersz ende Mr. Derk Basters voer hem ende oeren
erffg. upgedraegen ende getransportiert te hebben druegen up ende
getransportiert te hebben druegen up ende transportierden vermitsdiesz Berent
Ketwijck, Barbera, synre huysfr. ende oerer erffg. een buys ende were (met die
twije huisere daerachter an) gelegen in die Waeterstraete tusschen were Basters
voersz ther eenre ende des convents van Albergen ther andere sijden mith een
uutganck in die stege vermuege der principael brieve doer dit tegenwoerdige
transsin duergestrecken is. Wesende kummerfrij naest 25
g. g. ende een oert. Ende geloeffi den voer hem ende oeren-
erffg. gedachten Ketwijch syn huisfr. ende oeren erffg. dat voersz huis mith
die twye huisere daer achteran gelegen toe wachten ende toe waeren nae
stadtrechte, voer alLen dengenen die des. toe rechte kommen willen, sunder
argelist, Schepenen Duisterbeecke, Ampsinck."
Uit dit Huis bezat het Weeshuis
te Zwolle nog in 1676 eene jaarrente, en het komt in de Rekening der
Burgerweezen van dat jaar voor, als: "B. van Ketwichshuis." (Gemeente archief
te Zwolle.) Hij komt ook voor in de Recognitie van 16 November 1560
waarin hij optreedt als momber van een kind van wijien zijn zwager Wolter then
Water. In October 1571 staat hij in betrekking tot de zending van Arent
toe Boecop en Johan van Haerst, Burgemeesters van de steden Kampen en Zwolle,
naar Brussel tot het van den Hertog van Alva verkrijgen van verlichting van
inlegering van krijgsvolk, ter bereiking van welk doel o. a. aan den Stadhouder
Barlaimont en aan den President van den geheimen Raad Viglius, ieder een vette
os ten geschenke werd gegeven. (register van Charters, enz. in het oud-archief
van Kampen, III, 1528-1584, fag- 173/174.)
(b.) zij had als broeders
Derck en Wolter then Water. Recognition 8 augustus 1550 en 20 Maart 1579
(waarin gesproken wordt van "wijien Berent Ketwycks"), Gemeente-arcyief te
Zwolle.
Jacob ten Water komt voor in de
Zwolsche Kroniek van 1520-1526.
II. Johan (Hans) van Ketwich (a),
geboren te Zwolle omstreeks 1565, huwt Eva Jans.
Uit dit huwelijk:
1. Henric.k, geboren omstreeks
1605, overleden 9 November 1663 (Volgt III); 2. Barbara, gedoopt 28 December
1606; 3. Berent gedoopt 4 September 1608.
(a) Hij was genees- en
heelmeester te Zwolle en verzocht in 1599 de regeering van die stad om benoemd
te worden tot Stads-Chirurgijn aldaar, welk verzoek in gunstige overweging werd
genomen bij Resolutie van Raad en Meente van 13 December 1599. (Resolutieboek
van Raad en Meente van Swolle, Gemeente-archief te Zwolle.) Resolutie van 13
December 1599:
"Up die supplicatie van Hans
Kethwich, Schepen und Raid willen hem int curieren van fremde Soldaten und
Krancken alhier koemende gebruicken unnd hem int annemmen van ein StadtsMeister
ten besten gedencken, welches die Meinte begeert."
Of die benoeming later heeft
plaats gehad blijkt niet, doch dit is niet waarschijnlijk, daar hij later als
Chirurgijn in militaire dienst is onder het bevel van den drost van
Haacxbergen.
III. Henrick van Ketwich (a),
geboren omstreeks 1605, overleden 9 November 1663. Huwt in Maart (Paschen) 1632
met Enneken (Annitje) Lobeeck (b), overleden 30 Maart 1667, dochter vanHenrich
Lobeeck en Grietken Snoecklaken. Uit dit huwelijk:
1. Henrik, geboren 29 September
(St. Michielsdag) 1633, overleden 1635;
2. Jan(Johan), geboren te
Boeckholt 13 Maart 1635; 3. Gendrik, geboren te Bredevoort 11 November 1637,
overleden 30 Juni 1640; 4. Rijcke, geboren a. v. 21 Juni 1640; 5. Henrick,
geboren a.v. 11 Januari en overleden i Juni 1643; 6. Barent,
geboren a. v. 29 Februari 1644
(Volgt IV); 7. Henrick, geboren a.v. 23 October 1646;·(c) 8. Herman, geboren a.
v. 12 November en overleden 15 November 1648; 9. Gerrit, geboren op het
Volmeringh 30 Augustus 1651, overleden 14 Februari 1654- (d)
(a) 10. Acte van overdracht
voor Stadhouder en Keurnoten van Bredevoort d.d. Sabati 24 Augustus 1639 door
Hendrick Ketwich voor zich en zijne vrouw Enneken Lobeken, Henrick ten Hagen,
Commissaris van wapenen en medeerfgenamen van Diderick van Rhemen ten
Cortenhorn eener "Rentverschrijvongh" in pergament de dato 8 November 1614.
"sprekende op Junker Jurgen van Diepenbroeck tot Tenkinck ter summa van
vierhondert doll. Capitaell Bocholtsher Wehrungh". (Protocol van Cessien van
Bredevoort in 't Provinciaal Archie f van Gelderland.) Bijlage I.
20. Acte van verkoop
alsvoren d. d. Lunae 30 Januari 1643 door Henrick van Ketwich en zijne vrouw
Enneken Lobeken, voor zich en als voogd van de minderjarige kinderen van beide
wijlen Henrich Lobeken en Griette Snoecklaken van het "halve goet Reinerdinck"
gelegne in 't Kerspel Aalten van Henrich ten Hagen en diens vrouw Engelken
Lobeken, aan wie de wederhelft van dit goed reeds toebehoorde. (Protocol van
Cessien alsboven.) Bijlage II.
30. De stad Bredevoort
brandde in 1597 en in 1646 telkens bijna geheel af; van het oudarchief is
dan ook zeer weinig overgebleven. De heerlijkheid Bredevoort was vroeger eene
bezitting van den Bisschop van Utrecht, doch sedert 1580 behoorde zij aan de
Prinsen van Oranje; het stadje was een sterke vesting, meestal bezet door drie
compagnien voetsoldaten. In het begin der 17° eeuw was er Drost de kolonel
Arent van Haersolth e, kleinzoon van den Zwolscheri Burgemeester Johan van
Haersolth e (Sub. I vermeld) en na diens dood, in 1637, zijn breeder Wiliem van
Haersolth e, gewezen kapitein van een vendel voetvolk. (Mr. J. W. Staats Evers,
Gelderlands voormalige Steden, Arnkern 1891, pag. 1 en vervolg. Tegenwoordige
Stoat van alle Volkeren, Gelderlatld, pag. 418 en volgenden.)
(b) Deze geslachtsnaam wordt ook
geschreven Lobeke en Lobeken. Henrich Lobeeck, haar vader, gehuwd met Grietken
Snoeklaken. was Lunae 18 Juli 1631 Gemeensman te Bredevoort. Beide ouders van
Enneken Lobeeck en nog vier kinderen, leefden nog Lunae 2 Mei 1636; de moeder
stierf in 1629, de vader voor 30 Januari 1643. Zijn vader eveneens Henrick
Lobeeck, gehuwd met Marryken N. N. was Martis 23 Juli 1616 Burgemeester van
Bocholt en kocht, bij acte Mercuri 10 April 1622 het allodiaal landgoed
"Westendorp" onder 't kerspel Aalten. (Protocol van Cessien enz. alsboven.)
Bijlagen III en IV. Gerrit Lobeeck (oom van Enneke Lobeeck) was Veneris 6 Mei
1631, Burgemeester der stad Doetichem, gehuwd met N. N., zijne dochter Engeike
(Engelina) was gehuwd niet Henrickten Hage, Cornmissaris van Wapenen io
November 1676. (Protocol van Cessien enz. van Bredevoort, alsboven.) Bijlage V.
Berndt Lobeeck was 14 October 1635 en 6 April 1636 Rentmeester der stad
Bocholt, (Protocol van Cessien alsboven van die data) en gehuwd met Catharina
Thebens. Hun dochter Marryken huwt Lodewijk van Barssdonck, genoemd Mumm of
Mom, Holtrichter te Bredevoort. (Protocol u. s. 10 April 1657.) Herman
Lobeke is in 1542 "Richter" en Zacharias Lobeke in 1648-'51 Burgemeester van
Dortmund. Van het geslacht "Lobeeck" is een fragment-stamboom (± 1565-r700) in
het familie-archief Van Ketwich aanwezig.
(c) Henrick van
Ketwich, woonde 31 December 1692 te Terborgh en gaf op dien dag voor richter en
schepenen dier Stad aan de Doctor en in de rechten, Gerhart en Anton van
Hengel, machtiging tot invorderingzijner "uytstaande praetensiën" en op 7
November 1693 tot aantasting van de goederen van Jan Borggrev e n.
(Protocol der stad Terborg in het Provinciaal Archief van Gelderland.) Bijlage
VI.
(d) Het Volmerich is een
landgoed, gelegen in het kerspel Ootmarssum, nabij Oldenzaal.
IV. Barent van Ketwich (a),
geboren te Bredevoort den 29 Februari 1644, overleden te Raalte den 28 Februari
1700, gehuwd te Raalte den 7 December 1668 met Joanna van Vilsteren (b),
geboren te Raalte den I4 September 1647, overleden aldaar 19 6" begraven
27 Januari 1720, dochter van Henrick van Vilsteren en Jenneken Spijckerhuys
(c).
Uit dit huwelijk:
1. Berend Hendrik, geboren te
Raalte 18 October 1669 (Volgt V.); 2. Jan, geboren a. v. 7 September 1670 en
aldaar overleden i November 1670; 3. Jan, geboren a. v. 26 Januari 1672 (Volgt
VI.); 4. Abraham, geboren a. v. 1 November 1673 (Volgt VII.); 5. Joanna,
gedoopt a. v. 4 Januari 1675 en aldaar overleden op Paschen 1682; 6. Anna,
geboren a. v. 7 October 1676, leefde nog in 1702; 7. Hermanns, geboren
a.v. 21 December 1678 (Volgt VIII.); 8. lzaak, geboren a.v. 24 Juli 1680;
overleden te 's-Gravenhage en aldaar begraven 30 April 1705 (d); 9. Joanna,
geboren a. v. 8 November 1682, overleden te 's-Gravenhage 18 April 1711 (e);
10.Catharina, geboren a.v. 9 Augustus 1684 en aldaar overleden 19 en begraven
23 December 1756 (f); 11.Sophia, geboren a. v. 8 Augustus 1686 en aldaar
overleden 15 Mei 1705 (g), 12. Dood geboren zoon 3 Mei 1689.
(a) Hij was van het laatst
van 1665 tot 15 October 1668 als genees- en heelmeester bij eene afdeeling
ruiterij onder bevel van Johan Adol f von Grothaus zu Behr und Reseburg, Ridder
van Sint Johan, in dienst van de Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden ;
zijn ontslagbrief, op pergament en gezegeld, op eervolle wijze te Zwolle 15
October 1668 gegeven, is in het familie-archief aanwezig.
Hij vestigde zich daarna als
geneesheer te Raalte. Hij was van 1687 tot aan zijn dood Diaken der Hervormde
Gemeente te Raalte en sedert 1666 ceurnoot van den Richter aldaar en van het
Schoutambt Heino. Hij bewoonde het "Ketwichshuys"; later bewoonden dit zijne
dochters Catharina (n°. 10) en Sophia (n°. 11) met Geessiën Jansen "de Meit".
In 1681 koopt hij het allodiaal landgoed "de Heemen" van Robert van Haeften en
3 Mei 1683 eenige landerijen, allen onder Raalte gelegen. (Voluntaire Zaken,
Schoutambt Raalte, .Rjksarchief in Overijssel.) Bij acte gedateerd Campen 2
October 1691 zijn Berend van Ketwick en Lucas Voet door den Verwalter-Drost van
Twente benoemd tot Voogden over de kinderen van de Welgeboren Vrouwe Weduwe
Stoeverden tot den Berchorst.
(b) Deze
fanoilienaam wordt ook geschreven: Van Wilsteren. Henrich vanVilsteren,
overleden te Raalte, Maandag 21, 's avonds tusschen 7 en 8 uur, en begraven
Vrijdag 25 Maart 1670, de zoon van Jan, huwde in 1644 met Jenneken
Spijckerhuys, waarschijnlijk de dochter van Dr. Bastiaen Spijckerhuys, die op
15 Mei 1618 tot Scholtus van Dalfsen is benoemd. (Hypotheekstelling bij acte
Raalte 27 Juli 1702, Schuldbekenfems voor Schout en Keurnoten te Raalte van 24
September 1706 ten haren behoove als Weduwe. Rijksarchief in Overijssel.)
Jenneken Spijckerhuys is overleden te Raalte, Zondag 7 Juli 1661, tusschen 5 en
6 uur en aldaar begraven op Vrijdag 12 Juli d. a. v.
De kinderen van Henrick van Vilsteren
en Jenneken Spijckerhuys waren : 1.Barbara, geboren te Raalte 1 Mei 1645,
gehuwd met Tonis Gerrits Pastman; hun dochter Everhardina huwt omstreeks 1688
Jacob Voombergh te Raalte. Zij zijn eigenaars van het goed "de Boetelerkamp" en
koopen 12 Augustus 1690 het allodiaal landgoed «de Weghorst". Zij testeerden te
zamen te Raalte 23 December 1716 en zij afzonderlijk nog op 19 Februari 1720.
Zij bewoonden het "Voombergshuis". 2. Joanna voormeld; 3. Maria, geboren te
Raalte op Pincksterdag 1650, huwt in 1682 Joannes Nijhoff, weduwnaar van
Geertruy Aems, Procureur en Verwalter Scholtus te Raalte; 4. Catharina, geboren
te Raalte 1652 en aldaar overleden op Pincksterdag 1660; 5. Jan, geboren te
Raalte 1654, Leut. in Statendienst, gesneuveld in 1675 bij het beleg van
Sierlesoey in den oorlog met Frankrijk 1672-1678, geëindigd met den vrede van
Nijmegen; 6. Bastiaen, gedoopt te Raalte 2 Maart 1656, gesneuveld in
Statendienst in 1676 bij het beleg van Maastricht (H. S. en Extract
doopregister Raalte) in den oorlog met Frankrijk u.s.; 7. Alyda, geboren te
Raalte op Vastenavond 1658.
Otto van Vilsteren komt voor in
de Zwolsche Kronijk 1520-1526, pagina 47. Margaretha van Vilsteren, huisvrouw
van rentmeester Jan ten Haeve, is erfgename blijkens testament van Geesken Sels
d.d. 4 December 1630.
(c) Tonis Spijckerhuys komt voor
in eene acte van 't Schoutambt Dalfsen van 11 Juli 1574. Sebastiaan
Spijckerhuys wordt 23 Maart 1579 beleend met het Esschensche goed "den
Cruisbrinck" in 't Kerspel Dalfsen. (Acte van overdracht Schoutambt Dalfsen, 28
December 1582.) Berend Spij ckerhuys was 1597-1629 scholtus van Heino; zijn
dochter Fenneken Spijckerhuys, geboren 1591, huwt 2 Augustus 1608 met Johan
Fabius, zoon van Fabius Wijbrandsz., in 1629 Scholtus van Heino en overleden
1631 en van Marrichtjen Jacobs. (Acie Schoutambt Heino, Contentieuse Zaken 15
September 1641.); haar zoon Joan Fabius, Scholtus van Heino 1644-1651 was
gehuwd met Geertruid Dirxen. Doctor Bastiaan Spijckerhuys is 15 Mei 1618
aangesteld tot Scholtus van Dalfsen. "Spijckerhuys" was een leen onder
"Luttenberg" (Kerkelijk Raelte) gelegen.
(d) Hij was officier bij de
ruiterij, werd gewond in Spanje tijdens den Spaanschen Successie-oorlog (die
eindigde met den vrede van Utrecht, 1712) en stierf tengevolge daarvan, op reis
naar Raalte, te 's-Gravenhage, alwaar hij 30 April 1705 in de Kloosterkerk werd
begraven. (H. S. en Impost Register A. 2 in het Gemeentearchief te
's-Gravenhage, waarin hij vermeld staat als Isaäcq Ketwijck.)
(e) Hij Anna van Ketwijck huwde
te 's-Gravenhage 5 Mei 1709 met Lambert van Wiggen, de ondertrouw had plaats 21
April 1709 en het huwelijk werd ingezegend in de Nieuwe Kerk door Ds.
Kempenaer. Zij overleed kinderloos te 's-Gravenhage 18 April 1711 en is 22
April d. a. v. in de Kloosterkerk aldaar begraven. (Impost Register B.I en
Trouwlegger Ruadhuis A. 18, gemeente-archief van 's-Gravenhage.)
(f) Zij verstrekt geld ter leen
o. a. 7 November 1736 en testeert 19 November 1750. Zij wordt als lidmaat der
Herv. Kerk aangenomen te Raalte 1704.
(g) Zij werd in 1704 als
lidmaat der Hervormde Kerk te Raalte aangenomen.
V. Berend Hendrik van Ketwich,
(a) geboren te Raalte 18 October 1669, overleden aldaar 24 Juni (St. Jansdag)
1698, gehuwd aldaar 5 Mei 1695 met Anna toe Laer, (b) geboren te Raalte 14
Augustus 1673, overleden aldaar in 1732. Uit dit huwelijk geene kinderen.
(a) Hij bekleedde de betrekking
van "Ontfangst hebbende Commijs van den Schulenborgh."
(b) Sedert 1457 is dit geslacht
in Overijssel bekend. Zij is. hoogst waarschijnlijk eene dochter van Mr. Reint
toe L a e r, in 1670 burgemeester van Goor en 1671-1675 diaken der Hervormde
Gemeente aldaar en Mechteld Dercks, een achterkleinzoon van Mr. Joa.n toe Laer,
geboren omstreeks 1560, burgemeester en kerkmeester te Goor, gehuwd met Anna
Hildrinck, en beide overleden in 1642. Zij komt als weduwe van Berend Hendrik
van Ketwich voor in eene sensatie van het Schoutambt Raalte van 22 September
1711, als koopster van vast goed. (Contentieuse Zaken alsvoren.) in het
Register van verpondingen en leeningen van Twente. (Rijks-archief in
Overijssel.) Zie genealogie van het geslacht Toe Laer in het Stam- en Wapenhoek
van aanz. Ned. Familiën.
VI. Jan van Ketwic h, (a) geboren
te Raalte 26 Januari 1672, overleden te Amsterdam 8 Mei 1702, gehuwd te Raalte
op Pinksterdag 12 Juni 1698 met Anna Jongeblom, geboren te Raalte 9 April 1676,
overleden aldaar. Uit dit huwelijk
geene kinderen.
(a) Hij bekleedde de
betrekking van "Ontfangst hebbende Commijs van de convoijen en licenten" te
Amsterdam en is 15 Mei 1702 in de Oude Kerk aldaar begraven.
VII. Abraham van K etwic h, (a)
geboren te Raalte l November 1673, gehuwd te Raalte 12 Januari met
HenrikjeVoombergh, (b) geboren te Raalte 4 Mei 1675, dochter van Henric
Voombergh en Anneke Jacobs, (c)
Uit dit huwelijk: 1. Anna, gedoopt
te Zwolle 1 Januari 1697; 2. Berndina Henrica, gedoopt a. v. 28 Maart 1699 (d);
3. Janna, gedoopt te Zwolle 12 Januari 1701; 4. Henrica, gedoopt a. v. 17
December 1702 (e); 5. Sophia, geboren te Raalte en gedoopt aldaar 2 September
1708; 6. lzaak, geboren te Raalte 1710(Volgt IX.); 7. Henrijk, gedoopt te
Raalte 29 Maart 1713.
(a) Gedoopt door den Pater
in de kerk te Raalte. Zij bewoonden het oude Schoutshuys te Raalte in Januari
1695. Hij was keurnoot van den Richter te Raalte. (Voluntaire Zaken Schoutambt
Raalte 26 Mei 722, enz.)
(b) Jan Voombergh was in
1611 grondeigenaar in het Schoutambt Raalte. (Voluntaire Zaken 27 April 1686.)
Henrikje Voombergh had een breeder Jacob en eene zuster Maria, gehuwd met
Anthony Averweg. Haar neef (broederszoon) Jacob Voombergh was gehuwd met
Everhardina, dochter van Barbara van Vilsteren en Tonis Gerrits Pastman, ook
genaamd van Velthuysen. Zie ad. Barent van Ketwich en Joanna van Vilsteren IV,
sub (b). Jacob Voombergh en Everdina van Velthuysen testeerden 15 December
1716. Zij bezaten o.a. het ailodiaal landgoed "de Weghorst" (Raalte 12 20
Augustus 1690.) en de "Boetelerkamp", (Raalte 3 Juli 1688 fag. 436. Transporten
Rijksarchief in Overijssel.) en bewoonden "het Voombergshuys". Een hunner zes
kinderen Albert, gehuwd met Steventje Beumer had een zoon genaamd Albert,
geboren 25 October 1733, gehuwd te Amsterdam 14 September 1760 met Maria van
Heekeren, geboren aldaar 10 Juli 1729 uit Jan van Heekeren en Agatha Gassier.
Zij hadden een zoon Dirk Jan, geboren in 1761. Zie verder betrekkelijk het
handelshuis "Ketwich en Voombergh te Amsterdam" n°. XII, XVII en XIX. Meerdere
genealogische gegevens het geslacht Voombergh betreffende zijn in het
familiearchief Van Ketwich aanwezig ad N° VII. Zie verder over 't geslacht Voombergh
Nos. XII, XV, XVII, XIX.
(c) De maagscheiding
tusschen hunne drie kinderen had plaats 1 Februari 1676.- (Rijksarckief van Overijssel.)
(d)
Zij komt voor in het testament van Catharina van Ketwich, d.d. 19 November
175o.
(e) Zij huwt te
's-Gravenhage, alwaar zij woonde 23 October 1740 met Leonard van de Poll,
geboren te Bergeyk, wonende te Amsterdam.
VII. Hermanus van Ketwich. (a)
geboren te Raalte 21 December 1678, overleden aldaar 6 Februari 1739, gehuwd
aldaar 21 Juli 1709 met Derkie van Duuren, (b) geboren 3 Juni 1686, overleden
te Raalte 21 April 1738, 's avonds 9 uur; dochter van Joannes en Lucretia Rouse
of Ruse. Uit dit huwelijk: 1.Johanna, geboren te Raalte 18, gedoopt 25 October
1711 en aldaar gestorven in Mei 1712; 2. Berent, geboren a. v. 3 December 1713,
overleden te Zwolle 21 November 1783 (c); 3. Johanna, geboren a. v. 6 en
gedoopt 30 Juni 1715 (d); 4. Berendt Henrijk, gedoopt te Raalte 7 Maart 1717
(Volgt X.); 5. Evert, gedoopt te Raalte 9 October 1718 en overleden aldaar 1782
(e), 6. Anna, geboren a. v. 14, gedoopt 15 Januari 1720, overleden ongehuwd
vóór 1785; 7. Jan, geboren a. v. 21, gedoopt 23 Augustus 1722, overleden vóór
1785 (Volgt XI.); 8. Isaäk, geboren a. v. 11, gedoopt 17 September en overleden
23 September 1724; 9. Walbarda, gedoopt a. v. 16 Maart en overleden 9 Juni
1726; 10. Walbarda, ook genaamd Lubbarta, geboren te Raalte op Pinksterdag 9
Juni, gedoopt i3Juli 17271 overleden ongehuwd voor 1785.
(a) Is in 1700 aangenomen
tot lidmaat der Hervorinde Kerk. Hij was keurnoot, verwalter Schultus en
Richter in het Schoutambt Raalte. Zij bewoonden te Raalte "het Ketwighshuys" en
wel na doode van zijn vader in 1700 met zijne moeder en zijne zusters Catharina
en Sophia. Zijn portret in olieverf bevondt zich omstreeks 1800 nog in de vergaderzaal
van het gemeentehuis te Raalte, doch is sedert spoorloos verdwenen. Aankoop van
vast goed en uitzetting van gelden hadden plants bij verscheiden acten van het
Schoutambt Raalte; hij is o. a. eigenaar van het allodiaal landgoed "het
Raelterwoold". (Voluntaire Zaken 22 Januari 1726 en 2,6 Met 1722, Schoutambt
Raalte.)
(b) Hare familienaam wordt
ook geschreven: Van Duiren en v. Dueren. In Juni 1661 huwde te Holten
(Overijssel) Joannes Ketwich, secretaris van Oldenzaal, en Hendrina de Roock,
dochter van Bernard de Roock en Margaretha Rouse. (Zie de Bijlage n° 12 d.d.
1504 en n°. 20 d.d. 1650 der Inleiding.) Haar lijk is op Maandag 28 April 1738
in de kerk te Raalte bijgezet. Geert van Duuren is in 1519 burger van
Zwolle. Bernard van Duiren was in 1702 Ceurnoot, Advocaat en Procureur te
Zwolle. Jan van Duiren is Ceurnoot te Raalte 8 Juli 1762.
(c) Hij was koopman te
Zwolle en werd in de kerk te Raalte begraven.
(d) Johanna van Ketwich, huwde in
Maart 1745 te Raalte met Hermanns van Eerden, en woonde aldaar, hij was een
zoon van Gerrit Berends van Eerden en Her mina Egberts. Zij testeerden 24
Februari 1753. Hunne kinderen waren: Herman, gedoopt te Raalte 11 Juni 1747;
Hermina, idem 23 Februari 1749; Anna Hilligien, Grietjen, Cornelia en Cerspel
Gerlof; de vijf laatsten leefden nog 8 Juli 1762. Johanna en Hermanus
testeerden te zamen 3 Maart 1752 ; zij alleen 2 November 1783 ; hij is Ceurnoot
van den Schout 13 November 1745, leent geld uit (1000 Car. gid.) 5 Augustus
1765 en koopt onroerend goed 20 Jan. 1770. Hij sterft vóór 1780 en zij 13 April
1787. Bij haar overlijden waren al hare kinderen reeds overleden; Frederik van
Ketwich (XIV) en Jan Timmerman (X d.) waren de executeurs van haren uitersten
wil. In 1449 leefde te Oldenzaal Gerd van Eerden en in 1473 was Herman van
Eerden, burgemeester dier stad.
(e) Hij was "Kerckmeester" te
Raalte van 1757 - 1774) keurnoot sedert 1741 en sedert 1743-1773 verwalter
Scholtus te Raalte. Hij kocht onroerend goed en leende gelden uit. (Voluntaire
Zaken, Schoutambt Raalte 9 November 1752, 12 October 1755, 20 Juli 1757, 3 Mei
1768, Rijksarchief in Overijssel.) Bij resolutie van Ridderschap en Steden van
Overijssel van 7 December 1786 werden eenige bepalingen vastgesteld,
betrekkelijk de door hem nagelaten onroerende goederen.
IX. lzaak van Ketwich, (a)
geboren te Raalte 1710, overleden tusschen 1781 en 1793, gehuwd te Amsterdam 13
Mei 1742 met Aagt van Camstra, (b) geboren 1709, overleden voor 1793 enna 1781.
Uit dit huwelijk: Abraham,
geboren te Amsterdam 19 April en aldaar in de Nieuwe Kerk gedoopt 24 April
1743. (Volgt XII.)
(a) Hij was koopman en
woonde tijdens zijn huwelijk op de Heerengracht te Amsterdam. Hun huwelijk is
ingeteekend te Amsterdam 26 April 1742-
(b) Zij woonde ten tijde van haar
huwelijk te Amsterdam op de Heerengracht. Hare ouders waren toen reeds
overleden.
X. Berend Hendrik van Ketwich,
(a) gedooptte Raalte 7 Maart 1717, overleden te Zwolle 3 April 17991 gehuwd te
Zwolle 1°. met Johanna van Dhene op 11 Mei 1744, (b) gedoopt te Zwolle 14
Januari 1707, overleden te Zwolle 10 Maart 1745, dochter van Hendrik van Dhene
en Anna Maria Westendorp. Uit dit huwelijk geene kinderen; 2°. met Berendina
Catharina Tilburgh (c) op 2 Maart 1746, gedoopt te Zwolle 19 Mei 1726,
overleden aldaar 1 October 1747, dochter van Gerrit Tilburgh en Emilia van
Lede. Uit dit huwelijk Hermanna, geboren te Zwolle 28 December en aldaar
gedoopt 30 December 1746 (d). 3°. Johanna Gosdey, op 23 Juni 1749 (e), gedoopt
te Zwolle 9 Juni 1727, overleden te Amsterdam 6 Augustus 1800, dochter van
Frederik Gosdey en Anna Maria van Bergen. Uit dit huwelijk: 1. Derk, geboren te
Zwolle 1 Mei 1750 (Volgt XII.); 2. Frederik, geboren a. v. 27 Maart 1752 (Volgt
IV.); 3. Anna Maria, geboren a. v. 6 October 1753 en aldaar ongehuwd overleden
25 Juni 1783, 's morgens 2 uur (f); 4. Gerrit, geboren a. v. 10 Juni 1755
(Volgt XV.); 5. Emilia Johanna, geboren a. v. 23 December, gedoopt 25 December
1756, en aldaar ongehuwd overleden 21 October 1837 (g); 6. Dilya, geboren a.
v.i 3 Juni 1758, overleden aldaar 14 April 1759 (h); 7. Elsje, geboren a. v. 1
November 1759, overleden aldaar 28 April 1766 (i); 8. Berend, geboren te Zwolle
3 Augustus, gedoopt 6 Augustus 1761 en gestorven aldaar 25 September 1762 (k);
9. Berend, geboren a. v. 27 October, gedoopt 30 October 1763 en overleden
aldaar 16 April 1766 (l); 10. Everdin a, geboren a. v. 8 Juni, gedoopt 9 Juni
1765 (m); 11. Elsje, geboren a.v. 23 Februari, gedoopt 25 Februari 1767, aldaar
overleden 10 September d. a. v. (n)', 12. Johann a, geboren a. v.io December 1769(0);
13. Berendina Hendrik a, geboren te Zwolle 25 April en gedoopt in de Groote
Kerk aldaar 28 April 1772, overleden te Zwolle 12 Maart 1828 (p).
(a) Hij vestigde zich
omstreeks 1744 In de Diezerstraat later in de Sassenstraat te Zwolle en dreef
aan de Groote Markt aldaar, in verband met het hierna te vermelden "Huyss van
Negotie" van Ketwich en Voombergh te Amsterdam, eene uitgebreide groothandel
met Duitschland, vooral in tabak. Hij komt 13 Mei 1745 in het Gildeboek voor.
(Zwolsch At'chief.) Zwolle had destijds reeds zeer goede handelscommunicatiën
en wel over den Hessenweg naar Bremen en Hamburg en over Amersfoort en Utrecht
naar België en noordelijk Frankrijk. Hij bezat o. a. het buitenverblijf
"Molenzicht" buiten de Diezerpoort aan de Vecht, aan den ingang der
Wipstrikker-allee gelegen, met de aan de overzijde van dit water aldaar gelegen
landerijen. Hij is op
9 April 1799 's avonds om half elf uur in de Michaelskerk in de groeve n°. 292
bijgezet. Komt voor Klokken en Kerkengerechtigheid
11-4. Hij en zijnederde vrouw komen voor in eene acte van Cessie van 10
September 1765 en verkoopen als erfgenamen van
zijn broeder Evert diens
onroerende goederen. Zij koopen 10 Juli 1771 het allodiaal landgoed "het
Woolthuis" onder het Schoutambt Raalte gelegen. Schuldbekentenis voor Schout en
Keurnoten van Raalte ten hunnen voordeele van 10 September 1765. Zijn gesloten
en gezegelde testamenten dateeren van 14. November 1795 en 14 September 1796.
(b) Hunne
huwelijksinschrijving had plaats 18 April 1744. Hun mutueel testament dateert
van 9 September 1744. Zij werd 15 Maart 1745, te half drie ure, in 't graf
barer familie op het koor in de Broerenkerk te Zwolle bijgezet.
(c) Hunne
huwelijksinschrijving had plaats 12 Februari 1746. Zij is 7 October 1747
tegelijk in eene kist met haar doodgeboren kind in ‘t graf barer familie in de
Bethlehemsche Kerk te Zwolle begraven.
(d) Zij werd geboren des
nachts te 2 ure ; peet was haar grootvader Hermanns van Ketwich. Zij huwt 15
Augustus 1768 te Zwolle met Jan Timmerman, zoon van Hendrik en kleinzoon van
Steven Timmerman. Sterft te Zwolle en wordt aldaar in de Bethlehemsche Kerk 6
October 1785 te half drie ure begraven in het graf N°. 131. Jan Timmerman is in
1776 Procurator van het Kramersgild en 7 November 1785 benoemd tot Burger
Gecommiteerde der stad Zwolle. Zie Resolution 13 September 1795, pag. 7/12, 23,
der Provinciale Representanten des Zwolschen Volks. Hunne kinderen zijn: 1.
Gerrit, gedoopt te Zwolle 10 Mei 1772 in de Groote Kerk en overleden voor 1787;
2. Hendrik Louis, gedoopt in de Groote Kerk te Zwolle 17 December 1769, huwt te
Zwolle 10 November 1821 met Maria Jacoba Imans. Hij sterft te Zwolle
kinderloos, 11 November 1833.
(e) Haar lijk is naar Zwolle
overgebracht en aldaar op 11 Augustus 1800, 's avonds om half twaalf uur, in de
Michaëlikerk begraven in de groeve n°. 292. Haar vader Frederik Gosdey was
Gemeensman te Zwolle en voogd van het Hervormde Weeshuis. Hare zuster Dilia,
huwde 29 Mei 1752 te Zwolle met Doctor Jacob Klopman. Hare gesloten testamenten
zijn van i 4 November 1795 en 14 September 1796. De familienaam "Gosdey" komt
o. a. voor in Testamenten van 1546, 1552, 21 November, van Jacob Godesdey en
zijne vrouw Anna en in Charters van 1508, 18 April 1563, 19 Maart 1565, 6 Juli
1575, 7 September 1581 en 6 Mei 1584. In het Gildeboek komt Frederik Gosdey als
borg voor op 1 3 Juli 1658. (Gemeente-archief te Zwolle.)
(f) Zij is geboren 6
October, 's avonds 8 uur en 7 October 1753 in de Groote Kerk te Zwolle gedoopt
en aldaar begraven 30 Juni 1783; peet was haar grootmoeder Anna Maria van
Bergen.
(g) Zij is a5 December 1756
in de Groote Kerk te Zwolle gedoopt, peet waren: Emilia van Lede, echtgenoote
van Gerrit Tilburgh, en Johanna Wijnia. Zij testeerden 25 Juli 1835 bij
notaris W. H. Royer te Zwolle. Haar 1e dienstmeid ontviog f 1200.- en f
100.- voor elk jaar dienst; de 2e dienstmeid f 50.- voor elk jaar dienst; het
Armbestuur der Nederduitsch Hervormde Gemeente te Zwolle f 1000.- ; het
Bijbelgenootschap f 1000.- en het Zendelinggenootschap f 5oo.-. Rekening en
verantwoording barer nalatenschap is door de Executeurs te Zwolle op 12
December 1838 afgelegd.
(h) Zii is 15 Tuni 1758 in
de Groote Kerk te Zwolle gedoopt, peet was hare tante Dylia Gosdeij, gehuwd met
Doctor Jacob Klopman. Zij werd 19 April 1759 in het graf van de familie
Tilburgh in de Bethlehemsche Kerk, begraven.
(i) Zij is gedoopt in
de Groote Kerk, peet was hare tante Eisje Gosdey, en overleed 28 April 1766 's
morgens 6 uur aan de pokken en werd begraven 3 Mei 1766 in de Groote of
Michaëlikerk te Zwolle.
(k) Gedoopt in de Groote
Kerk te Zwolle 6 Augustus 1761, peet zijn oom Berend van Ketwich, begraven 30
September 1762 alsboven, in het familiegraf.
(l) Gedoopt alsboven 30
October 1763, peet zijn oom Berend van Ketwic h. Begraven alsboven 22 April
1766. Hij stierf aan de pokken.
(m) Gedoopt aisvoren 9 Juni 1765,
peet haar oom Evert van Ketwich; huwt 23 December 1801 te Windesheim met Ds.
Jan Wilbrink, geboren 21 Juni 1773 te Hall bij Brummen, (Extract geslachtslijst
Wilbrink en Bolhuis Hoitsema sedert 1740.) predikant aldaar en later te
Steenwijk, zoon van Rutgerus Hendrikus Wilbrink, predikant wonende te Zutphen,
en Elisabeth Kleuverts. Zijne zusters waren gehuwd respectievelijk met Cromhout
te Brummen, Van Breemen te Utrecht en den kapitein Ruempoll te Zutfen.
Hunne kinderen waren:
1. Elisabeth Johanna, geboren te
Windesheim 22 November 1802, huwt 12 Juni 1825 te Steenwijk met Copius
Metting van Bolhuis Hoitsema, gedoopt te Groningen 5 November 1797, zoon van
Andel Sijnco Hoitsema en Maria van Boihuis. In 1803 is zijn grootvader Jan van
Boihuys richter te Warflum. Zij stierf te Groningen 16 December 1848 en hij 26
Maart 1850. Uit zijn huwelijk zijn zes kinderen gesproten en onder deze: 1°.
Ds. Andel Sijnco, geboren 5 November 1826, huwt J. W. A. M. Spandaw; 2°. Mr.
Jan Everhard Petrus, geboren 29 October 1828, huwt E.G. Lieftink, beiden te
Groningen.
2. Barend Rutger Hendrik van
Ketwich Wilbrink, geboren te Steenwijk 1 April 1808, studeerde in 1823 in de
Godgeleerdheid aande Hoogeschool te Utrecht en overleed als candidaat 6
September 1830 te Steenwijk. Zij, Everdina, overleed 2 April 1821 te Steenwijk.
Hij hertrouwde 21 December 1825 te Steenwijk met Petronella Tuttel, weduwe van
Mr. Jacobus Hilbrand Tuttel, deze echt bleef kinderloos. Hij overleed te
Steenwijk 22 Augustus 1846.
(n) Gedoopt 25 Februari 1767 in
de Groote Kerk te Zwolle, peet hare overleden zuster Eisje van Ketwich en
begraven aldaar 15 September 1767.
(o)
Peet is hare moeder Johanna Gosdey. Zij huwt 10 Juli 1791 in de Walenkerk te Amsterdam nmet Anthoine d'Ailly, koopman aldaar, geboren
te Middelburg 19 Maart 1766, zoon van Anthoine d'Ailly en Elisabeth van Struyk,
(gehuwd te Noordwijk in 1762) en overleden te Amsterdam 7 November 1804; Geslachtslijst
sedert 1700 aanwezig.
Van hunne 8 kinderen was de
oudste Anthony Johannes, geboren te Amsterdam 10 Juni 1793, koopman en
fabrikant en aldaar overleden 16 Januari 1851, gehuwd te Amsterdam 14 Augustus
1823 met Esther Petronella Muntendam, geboren te Middelburg 25 Maart 1795,
dochter van Diderik Muntendam, predikant bij de Waalsche Gemeente aldaar en
Johanna Schouten, overleden te Amsterdam 17 Augustus 1860. Hun zoon Dr. Anthony Johannes d'Ailly is in 1892 med.
doctor te Amsterdam.
Zij was weduwe van Dirk Nicolaas Kerkhoven, de eenige dochter uit welk huwelijk
A. E. P. Kerkhoven was gehuwd met Dr. Jan Jacob Kreenen, inspecteur van
het lager onderwijs, ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw en van het
Metalen Kruis, wonende te Zwolle en overleden te 's-Hage 5 Juli 1891.
Het
geslacht d' A illy bloeit nog te Amsterdam, het
is uit Frankrijk (Picardië) afkomstig, doch verliet dit land lang vóór de
herroeping van het edict van Nantes
in 1685. Het vestigde zich in Zeeland en wordt
omstreeks 1630 te Middelburg aangetroffen. Joh. Godfried d'Ailly studeerde in
1691 aan de Hoogeschool te Franeker. (Album pag. 144 in de Provinciale
Bibliotheek van Friesland.)
(p) Zij is in de Groote Kerk te
Zwolle gedoopt 28 April 1772; peet was haar vader. Zij en hare zuster Emilia
Johanna woonden in het huis genaamd "de Zeven Provinciën" aan de Groote Markt
te Zwolle, bij scheiding is aan haar het buitenverblijf "Molenzicht"
toebedeeld.
XI. Jan van Ketwich (a), geboren
te Raalte 21 Augustus 1722, gehuwd met Judith van Enck, geboren te Wijhe.
Uit dit huwelijk geene kinderen.
(a) Gedoopt te Raalte 22
Augustus d. a. v. Op 1 Juni 1745 verkoopt hij bij door hem geteekende en
gezegelde acte, krachtens volmacht van zijne vrouw voor den Hove van Holland te
Amsterdam gegeven aan haar breeder Gerrit van Enck en diens vrouw Machtelt
Brouwers eenige barer aandeelen in eenige "eigendommelijke vrij allodiale
landerijen" onder Olst gelegen. In 1745 woonden beiden te Amsterdam.
(Overdracht Schoutambt Olst, Rijksarchief Overijssel.)
XII. Abraham van Ketwich (a),
geboren te Amsterdam 19 April 1743, overleden te Baambrugge aan de Vecht 4 Juli
1809. Gehuwd met 1°. Susanna Maria Ruswurm in de Oude Kerk te Amsterdam 28
Augustus 1768, geboren in 1744, overleden te Amsterdam 27 Januari 1801, dochter
van Emilius Ruswurm.
Uit dit huwelijk: lzaäc, geboren
te Amsterdam 26 September 1771 en overleden aldaar i Februari 1778 (b); 2°.
Gerharda Bartina Bernard (c) te Amsterdam 14 Mei 1804, weduwe van Mr. Egbert
Westenberg en dochter van den Med. Doctor Bernard te Vollenhove. Uit dit
huwelijk geene kinderen.
(a) Hij werd 24 April 1743
in de Nieuwe Kerk te Amsterdam gedoopt; daarbij was Berend van Ketwich
als getuige tegenwoordig. Zij woonden beiden voor hun huwelijk op de
Prinsengracht.
Hij bezong zijn huwelijk met S.
M. Ruswurm in een feestzang d.d. 12 Augustus 1768 (den dag hunner aanteekening)
en in een Dank-offer in 1791, ook zijn zilveren bruiloft op 28 Augustus 1793.
Het zilveren huwelijksfeest is 28 Augustus 1793 op zijn buitenverblijt
"Rusthoff" te Baambrugge aan de Vecht gevierd; gedichten zijn bij die
gelegenheid gemaakt door zijn neef Willem Hendrik Voombergh. In 1809 woonde hij
te Amsterdam op de Heerengracht over de Bergstraat n°. 379. Hij stierf op
"Rusthoff" en is begraven in de Zuiderkerk te Amsterdam io Juli 1809. Hij en
Dirk Jan Voombergh waren destijds de eenige leden van het handelshuis (Huys van
Negotie) "Ketwich en Voombergh" te Amsterdam. Sedert 1695 bestaan
familierelatien tusschen deze twee geslachten. (Zie n°. VII.) Dirk Jan
Voomberg, geboren 1761, was de zoon van Albert Voombergh en Maria van
Heeckeren. Hij was gehuwd met Aletta Cornelia Rutgers, geboren te Raalte. Hun
eenige zoon Albert Voomberg, geboren te Amsterdam 5 December 1793 en aldaar
overleden 2 October 1851, werkzaam op het handelskantoor Van Loon, was wachtmeester
bij de Garde d'honneur uit het Departement van de Zuiderzee, en na het
kinderloos overlijden van Abraham van Ketwich en Cornelis van Ketwic h, terwijl
Herman Dirk van Ketwich het aanbod van zijn breeder Cornelis, om in het kantoor
"Ketwich en Voombergh" te worden opgenomen, van de hand sloeg, chef van genoemd
bankiershuis, lid van den Raad van Amsterdam en van de Provinciale Staten van
Noord-Holland. Hij huwde in 1821 te Zeist met Jonkvr. Agnes Henriette van Loon,
hunne drie dochters huwden respectievelijk met Jhr. Mr. Jan Willem van Loon,
lid van de 2e. kamer der Staten-Generaal, met Mr. Matthieu Christiaan Hendrik
ridder Pauw van Wieldrecht, lid van den Hoogen Raad van Adel en met Mr. Charles
Bernard Labouchere. Het kantoor "K etwich en Voombergh" (later kwam ook een lid
der familie Borski er in) is opgelost in het tegenwoordige kantoor "Labouchêre,
Oyens & C°." Van hem zijn meerdere gedichten afkomstig en
in het familiearchief aanwezig.
(b) Op den dood van dit
kind is door den vader een treurdicht gemaakt den 30sten van oogstmaand 1793.
(c)
De ondertrouw had plaats 19 April 1804 en is door hem bezongen. Mr.
Egbert Westenberg was geboren 1764, te Utrecht met de kap gepromoveerd in 1786
en scholt en secretaris van Vollenhove.
Gerharda Bartina Bernard (zie n°.
XV.) hertrouwde in Juni 1811 te Amsterdam met Johanna van Westenhout. Zijne
neven D. J. Voomberg, L. van de Poll, Willem Hendrik Voombergh en Abraham
Voombergh, allen te Amsterdam, bezongen dit huwelijk.
XIII. Dr. Derk van Ketwich, (a)
geboren te Zwolle ll Mei 1750, overleden te Opheusden (Gelderland) 1 September
1794, huwt: 1°. Bartha Johanna van 't Oever (b) op 18 Juli 1779 te Kampeveen,
gedoopt te Kampen 14 September 1757, overleden aldaar 13 Mei 1781, dochter van
Jan van't Oever en Gesina Juliana Schult z. Uit dit huwelijk Berend Hendrik,
geboren 14 April, 's avonds te half tien uur en gedoopt 16 April 1780 (c); 2°.
Geertruida Hillegonda van Papendorp (d en d*) op 10 November 1784 in de Nieuwe
Kerk te Amsterdam, geboren te Amsterdam 18 Maart 1755, overleden aldaar 16
April 1825, dochter van Constant Johannes van Papendorp en Hillegonda de Vries.
Uit dit huwelijk: 1. Geertruyda Hillegonda, geboren te Kamperveen 30
Augustus 1785, op den middagen overleden te Leiden 30 November 1853 (e); 2.
Barend Hendrik, geboren te Opheusden 13 November 1786 (Volgt XVI.); 3.
Cornelis, geboren te Opheusden 19 Augustus 1788 (Volgt XVII.); 4. Johannes,
geboren te Opheusden 20 April 1790 (Volgt XVIII.); 5. Hermanns Didericus,
geboren a. v. 26 December 1791 (Volgt XIX.); 6. Alida Johanna, geboren a. v. 1
November 1793 en overleden ongehuwd te Leiden 12 October 1864 (f).
(a) Geboren 's nachts om 12
uur en des avonds gedoopt door Ds. de Gemmer, peet is zijne grootmoeder Derkje
van Duren. Hij studeerde
in de H. Theologie aan de
Hoogeschool te Groningen van af 16 September 1767; was predikant bij de Ned.
Herv. Gemeente te Kamperveen en daarna te Opheusden, alwaar hij 5 November 1786
bevestigd werd door zijn zwager E. Chevalier. Hij overleed aldaar 1 September
17941 's nachts om 3 uur en is 5 September d. a. v. des morgens ten 4 ure op
het koor in de kerk aldaar begraven.
(b) Zij is 16 Mei 1781 in
de Boven kerk te Kampen begraven. Hare ouders waren 2 Juni 1756 te Kampen
gehuwd. Zij komt voor in het besloten testament van haren oom Ephraïm Willem
Schultz, gezegeld en geteekend te Kampen 10 Februari 1770. Tot hare familie
behooren Jan van 't Oever a5 Januari 1737 gehuwd met Berendina Nieuwenburg te
Kampen, en Jan van 't Oever, gemeensman te Kampen, in 1826 gehuwd met Geertruyd
van Groenauw.
(c) 29 Mei 1780 begraven in
de Bovenkerk te Kampen.
(d) Hare overgrootouders Cornelis
van Papendorp en Catherina van Cuijck, huwden 17 November 1686 in de 2e
Jezuïten Statiekerk in de Heerenstraat te Utrecht en overleden aldaar
respectievelijk 10 Augustus 1728 en 13 December 1726. Zij behoorden tot de
Oud-Roomsche Gemeente. Hij was eigenaar eener groote wolkammerij en weverij; in
de scheiding van zijne nalatenschap van 9 October 1728 en 3 Mei 1743, komen 12
huizen voor, waarin de weverij werd uitgeoefend. Hun mutueel testament en fidei
commissaire beschikking dateert Utrecht 9 Juni 1723. De voogdijbenoeming van
zijne kinderen had 10 Juni 1693 plaats, terwiji het fideicommis nader is
geregeld bij acte van 29 Januari 1735. (Stadsarchiefte Utrecht.) Hare
grootouders waren: Adrianus van Papendorp, gedoopt in de 2e Jezuïtenkerk te
Utrecht op 21 Januari 1691 en Maria de l'Abbée, geboren 1699; dochter van
Johan, gehuwd met Susanna Kramer, beiden overleden te Utrecht, hij vóór, zij op
25 Mei 1729; hunne nalatenschap is gescheiden bij acte van 23 Juli 1729. Zij
huwden in Maart 1729 te Utrecht, woonden aldaar in de Voorstraat nabij de Witte
Vrouwebrug; hunne huwelijksvoorwaarden waren van 6 Maart 1729; zij overleden
respectievelijk 25 December 1734 (begraven in de Catharinekerk te Utrecht met 8
dragers) en 22 Augustus 1762 te Amsterdam (begraven 26 Augustus d. a. v. in de
Nieuwe Kerk aldaar), nadat zij 22 October 1735 te Utrecht hertrouwd was met
Everhardus Verschuur. Huwelijks-voorden 13 October 1735. Op 8 December 1756
gingen zij metterwoon naar Amsterdam. Hare zuster Margaretha Elisabeth de
l'Abbée was geestelijke zuster te Utrecht. Zij testeerde 24 Februari 1752,
overleed aldaar 23 October 1755 en werd in de Catharinekerk begraven. Haar
broeder Johan de l'Abbee huwde 20 November 1728 te Utrecht met Elisabeth
de With. Hare ouders: Cornelius Johannes van Papendorp en Hillegonda de
Vries huwden te Amsterdam voor schepenen 17 Juni 1753, Johannes de Vries
Reindert szoon bezong dit huwelijk. Hij was te Utrecht gedoopt 9 Juli 1730 in
de kerk der Oud-roomsche Gemeente in de Cellebroederstraat aldaar, overleed te
Amsterdam 3 November 1796 en werd aldaar in de Nieuwe Kerk op 9 November
begraven in het graf F. n°. 367. De boedelscheiding had plaats bij
acte van 25 Januari 1797 voor notaris Jacob Klinkhamer te
Amsterdam. Hij was koopman te Amsterdam, verkreeg op 23 November 1751 venia
actatis van den Hove van Utrecht (Rijksarchief te Utrecht.) en kocht in 1756
een huis voor f 10225; op 27 December 1769 is hij tot de Hervormde Godsdienst
overgegaan. Zijne broeders waren: 1°. Johannes Franciscus van Papendorp,
gedoopt te Utrecht in April 1731, overleden aldaar 6 October 1735 en in de
Catharijnekerk aldaar begraven; 2°. Kristophorus van Papendorp, gedoopt te Utrecht
20 November 1732, heeft zijn vader niet overleefd. Zij (Hillegonda) was de
dochter van Reindert de Vries, scheepsgezagvoerder (capiteyn), het laatst in
1727 van de "Cockenge" in dienst van de O. I. Compagnie en van Geertruy
Sloterdijck. Hare ouders testeerden 16 Mei 1727 bij notaris W. Denys te
Amsterdam; de vader overleed voor 1753 en zijne nalatenschap werd gescheiden
bij acten van 15 Februari 1753, 21 April 1764 en 13 Juli 1770 voor notaris H.
van Heel, de moeder overleed 24 Februari 1781 en is 2 Maart d. a. v. in de
Nieuwe Kerk te Amsterdam begraven. De boedelscheiding had plaats bij
actevan 12 Juli 1781 voor notaris J. Klinkhamer te Amsterdam. In 1662 was haar
familielid Ds. Petrus Sloterdijck, geneesheer te Amsterdam.
Hunne kinderen waren: 1. Hillegonda
de Vries, geboren te Amsterdam 1727) gehuwd voor schepenen te Amsterdam 17 Juni
1753 met Cornelius Johannes van Papendorp. Op 12 Februari 1770 ging zij van de
Roomsch Catholieke tot de Hervormde Godsdienst over, stierf te Amsterdam 16
Februari 1796 en is 22 Februari d. a. v. in de Nieuwe Kerk aldaar begraven in
het familiegraf F. n°. 367; 2. Johannes de Vries, was koopman te Amsterdam, is
12 Februari 1770 tot de Hervormde Godsdienst overgegaan en aldaar ongehuwd
overleden na 1796; 3°. Maria de Vries, geboren te Amsterdam 17341 huwt 14 Mei
1764 met Dr. Johan Verschuur, halfbroeder van Cornelius van Papendorp. De
scheiding der nalatenschap van Geertruida Hillegonda van Papendorp, weduwe van
Dr. Derk van mKetwich, had 1 April 1825 te Amsterdam plaats. Na overlijden van
Dr. Derk van Ketwich ging zij te Amsterdam wonen bij hare ouders op de
Leiiegracht, alwaar zij op 28 September 1794 met hare zes kinderen en twee
dienstmaagden aankwam. Na doode barer ouders bewoonde zij een huis op de
Keizersgracht, gekocht 2 Juli 1798 door den
makelaar Langerhuizen voor f 12800.
(d*) Hare brooders en
zusters waren: 1. Adrianus van Papendorp, geboren te Amsterdam 9 Juli 1757,
werd student in de Medicijnen en Philosophie te Leiden 11 September 1777;
vertrok als candidaat 5 Augustus 1781 naar de Academie te Parijs, overleed te
Amsterdam 5 Maart 1782 en werd in de Nieuwe Kerk aldaar, graf F. n°. 367,"
begraven; 2°. Maria van Papendorp, geboren te Amsterdam 3 April 1759, gehuwd
omstreeks 1786 met Dr. Everhardus Chevalier, predikant te Warmenhuizen, uit
welk huwelijk een kind, dat zeer spoedig na de geboorte is overleden en
begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam in het graf F. n°. 367 opl5 Juni 1789
en Cornelis Frederik Willem, geboren te Warmenhuizen 31 October 1791 en gedoopt
aldaar 6 November 1791, rentenier te Utrecht, overleden 15 Februari 1864, en
aldaar gehuwd met Henrietta Petronella de Ridder; 3.Reyndert van Papendorp,
geboren 23 Juni 1761, overleden 15 Juni 1762; 4. Reyndert van Papendorp,
geboren 8 Juni 1763, overleden 21 Februari 1765; 5. Reyndert van Papendorp,
geboren 15 Maart 1765, overleden l April 1765 en 6. Cornelis van Papendorp,
geboren 24 April 1766, overleden 25 December 1768, allen, nos. 3, 4, 5
en 6 begraven in de Nieuwe Kerk te
Amsterdam.
(e) Gedoopt 4 September
1785. Zij huwt 29 Maart 1808 te Watergraafsmeer met
(huwelijksaanteekening geschiedt te Amsterdam 3 Maart 1808) Mr. Jan Verschuur,
geboren te Amsterdam 29 September 1768, was de eenige zoon van Doctor Joan
Verschuur, geboren te Utrecht 13 September 1738, promoveerde aan de Hooge
school te Leiden in de Geneeskunde 11 Mei 1764, overleden aldaar 14 Juli 1806,
gehuwd 14 Mei 1764 met Maria de Vries, dochter van Reyndert de Vries en
Geertruij Sloterdijck. geboren te Amsterdam 1734. Mr. Jan Verschuuris in 1786
student aan de Hooge school te Leiden in de Philosophic en promoveerde 11
Februari 1794 in de Rechtsgeleerdheid. Hij was schepen der stad Leiden in 1809;
in 1812 rechter in de Schepenbank, daarna substituut-officier van Justitie en
bij Kon. Besluit van 18 Februari 1827 n°. 114 benoemd tot officier van Justitie
aldaar; bij zijn dood was hij nog lid van den Raad dier gemeente. Hij overleed
kinderloos te Leiden 4 November 1835; zij 30 November 1853 aldaar. Zij woonden
Breedestraat, hoek Boomgaardersteeg, wijk 4 n°. 276. Boedelscheiding 27 April
en 15 November 1854 door notaris Barkey aldaar. Zij testeerden beiden te Leiden
23 September 1808 en werden bijgezet in den grafkelder n°. 129 op de stedelijke
begraafplaats aan de Groenesteeg te Leiden. Zie over de familie Verschuur
sedert 1670 en over de familie De Vries sedert 1700, hiervoor en bij n°. XXIV.